Coöperatief ‘samen-sturen’

 

Zelfsturing en coöperatief samen-sturen

Jaarthema 2012, geschreven door directeur Ignaz Anderson

Wanneer ik naar 2011 kijk als een afgerond geheel dan zie ik een verwarrende en zorgelijke complexiteit in de samenleving. Als situatieschets hoort dat onvermijdelijk bij dit jaarverslag. Rampzalige gebeurtenissen in natuur en maatschappij bepalen het leven van miljoenen mensen en roepen op tot veranderingen. Overal waren er omwentelingen die geleid hebben tot onrust, verontwaardiging en verzet. De wereldwijde Occupy beweging. De Arabische Lente in tal van landen. Een tsunami en kernramp in Fukushima. Aardbevingen in, onder andere, Christchurch en Pakistan. Orkanen als Irena. Bloedbaden in Oslo en Alphen aan de Rijn. Al in de eerste helft van 2011 wordt geconstateerd dat dit jaar het economisch duurste jaar is ooit door natuurrampen. En het ‘lawinegevaar’ neemt maar niet af… Ook maatschappelijk groeide het gevoel van onbehagen en negativisme. Kan ik tot dit alles nog zelf een verhouding vinden? Paul Klee beschrijft 100 jaar geleden het volgende dichterlijk verlangen: “In mij bruist, beslist, een zee, omdat ik voel. Het is heilloos om zo te voelen dat er overal tegelijk dezelfde storm is en nergens een meester die de chaos gebiedt.” Dit gevoel wil het negatieve kantelen naar iets positiefs, iets van ‘Toewijding aan het Hogere’, waarmee cultuursocioloog Gabriël van den Brink wil afrekenen met het negativisme in de samenleving.*¹ Mogen we dit zien als een tijd van transitie? Veranderingen die gepaard gaan met vernietiging, sociale chaos en een weerspiegeling hiervan in de economie? Kunnen we zoeken naar een hoger-ordenend principe, een samenhang, die past bij deze complexiteit?

Ook zijn in 2011 markante mensen weggevallen die voor grote groepen een icoon waren: Václav Havel, Albert Heijn, Steve Jobs om er een paar te noemen. Bij overlijdensmomenten wordt de tijd even stil gezet om te zien wat er werkelijk is gebeurd. Behoefte aan overzicht, houvast en verbinding treedt op. Wat kunnen we van de overledene leren? Welke essentie komt aan het licht? Steve Jobs noemt dit ‘connecting the dots’: het verbinden van hetgeen ertoe doet. Om motieven te vinden en betekenis te geven kunnen we wellicht beter in-samenhang-denken dan gebeurtenissen in volgorde na-elkaar-denken. Het verleden kan hierbij net zo goed toekomst zijn als omgekeerd. Je probeert zelf even ‘in samenhang te zijn’ met de ander; even op diens schouders te staan.
Het is verrassend te zien hoe het het kunstklimaat van 100 jaar geleden, in vergelijkbaar roerige tijden, zocht naar inspiratie. Paul Klee oppert de gedachte: “de schepping kan vandaag niet afgelopen zijn, de kunstenaar breidt daarmee het wereld-scheppende handelen van gisteren naar morgen uit” en “het handelen met oer-wetmatigheden kan de ontwikkeling voeden.” Theo van Doesburg zoekt naar de “aan de oppervlakte verschijnende diepte” en “hetgeen in de creatieve strijd met onszelf aan het ontstaan is.” Deze laatste uitspraken wijzen op het streven van De Stijl-groep naar nieuwe beelding. De redding van de samenleving rond 1911 werd door hen gezien als het samen maken van een kunstwerk; je leeft erin en vormt het tegelijk. Ze liepen tegen complexe dilemma’s aan die niet eenvoudig te overbruggen waren. Allereerst de strikte wetten van de verschillende materialen die beperkingen opleggen, daarnaast het besef dat meerdere dimensies niet gelijktijdig, synthetisch, werken. In onderlinge verbindingen werden ‘vrijplaatsen’ gevormd om samen inspiratie op te doen. Met, bijvoorbeeld, het polyfone in de muziek werden verschillende dimensies wel gelijktijdig hoorbaar. Mondriaans hoop was hierbij dat het beste uit de materiële en spirituele tradities zou samenvloeien in de beweging tot Nieuwe Beelding; een samenleving als sociaal kunstwerk, waar het culturele, politieke, juridische en economische leven dienstbaar aan elkaar zijn.
Voor mij betekent dit voor 2012: méér representant zijn, méér tijdgenoot zijn met de ander, door een hechtere samenwerking van beleidsterreinen na te streven. Samenwerken vanuit een ‘meer-dimensionale gelijktijdigheid op meerdere gebieden’.

Fondsen als de Iona Stichting hebben in de samenleving altijd een experimentele vrij-ruimte kunnen creëren, van waaruit vernieuwende denkbeelden in praktijk gebracht konden worden. Deze actieve opstelling is nog steeds hard nodig. Door in de zorg bijvoorbeeld zelfsturing te stimuleren zoeken partijen nieuwe samenwerkingsvormen om dit mogelijk te maken. Dit blijkt niet alleen betere zorg, maar ook kostenreductie op te kunnen leveren. Door onderwijs, landbouw en voeding actief te betrekken, gaat Gezondheidszorg over meer dan ziek alleen. Gezondheid is immers een zaak van jezelf en niet van de dokter. De recente nieuwe geefwet wil dit sociaalondernemerschap van individu en fonds stimuleren. Overheid en bedrijfsleven hebben een zware eigen agenda. Persoonlijk(burger)- initiatief bevordert zelfverantwoordelijkheid voor bijvoorbeeld groene energie of betere voeding, waardoor de eerder geschetste negativiteit verdwijnt en toewijding een kans krijgt. Subsidiegelden van de overheid, investeringsgelden uit het bedrijfsleven en schenkgelden uit de fondsenwereld maken samen meer mogelijk. Groot-Brittannië geldt als een goed voorbeeld waar middels een convenant tussen overheid en de ‘Third Sector’ gemeenschappen worden versterkt en door innovatie publieke diensten op een hoger niveau worden gebracht.
De onafhankelijkheid van deze derde sector staat voorop. De fondsencultuur wordt gewekt tot sociaal-ondernemerschap door samen op te trekken en meer impact te bewerkstelligen. Ketenvorming rondom thema’s binnen onderwijs, energie, voeding, landbouw en, hierboven al genoemd, gezondheidszorg geven goede hoop. Bedrijven blijken binnen zo’n verband hun dienstbare rol weer te verstaan. Meer natuurlijk toezicht ontstaat in de keten zelf. Wederzijds stimuleren de partners elkaar om met ambitie hun doelen te bereiken.

Doordat wij binnen de Iona Stichting samenwerken met jongeren, collega fondsen, onderwijspartijen en het veld van gezondheidszorg zien we duidelijk dat koplopers elkaar op deze wijze in Nederland kunnen vinden. Ook wereldwijd werd dit aan grensverleggende projecten zichtbaar tijdens het Presencing Global Forum*² in Boston.

Dit meer-dimensionale zien we op alle gebieden die vragen om vernieuwing. ‘In triple we connect the best of three worlds’*³. Het bekendste is triple-P (People, Planet, Profit). Profit is hierbij de meerwaarde die kan ontstaan in de samenhang met mensen en aarde. Dit geldt ook voor de drieslag transparantie, sociale verantwoordelijkheid en duurzaamheid. Veel gehoorde begrippen die sleets raken, maar betekenis krijgen in samenhang, compositie met elkaar. Verantwoorde transparantie is inzichtelijk, waarde gedreven en maakt enthousiast. Duurzame verantwoordelijkheid is gericht op de ander en wekt continuïteit en vertrouwen. Transparante duurzaamheid is handelingsgericht en schept een betere wereld. Afzonderlijk staan de drie vernieuwingen geïsoleerd in de samenleving, maar dynamiserend tussen deze drie kan (met de woorden van Klee) ontwikkeling gevoed worden! Moge hiermee 2012 het jaar worden van de vele zinvolle verbindingen waar vanuit doelen gerealiseerd worden die de vrije-tussenruimte als kiemplaats (her)kennen. Dit jaar is tenslotte uitgeroepen door de VN als het jaar van de coöperatie.

Ignaz Anderson,
directeur

De tekst is gepubliceerd in het jaarverslag van de Iona Stichting 2011.

*1 Gabriël van den Brink: Eigentijds Idealisme, een afrekening met het cynisme in Nederland
*2 Presencing Global Forum Boston; zie deze link
*3 Nicanor Perlas: Mission Possible, about three sector democracy