Humor; het spel rond het gouden midden

 

De humor draagt de ziel over afgronden heen en leert haar met haar eigen leed te spelen. Anselm Feuerbach (1829-1880), kunstschilder

Vorig jaar was het thema van ons jaarverslag het buitenste binnen keren. Met humor lopen we niet weg van de werkelijkheid, maar plaatsen we alles tijdelijk in een ander daglicht. Tegelijk kan de verhouding tot onszelf erdoor veranderen. Zo schrijft de Deense filosoof Sören Kierkegaard (1813-1855): ˶Humor is de geboortesmart van de geest: je ontdekt de wanverhouding tussen je feitelijke ik en het ideaal van jezelfˮ. Dat kan een pijnlijke én tegelijk bevrijdende ervaring zijn.

Zelfs wie al poogt om situaties, mensen en dingen in de buitenwereld onbevooroordeeld en onbevangen waar te nemen, doet dit toch vanuit door de ervaring opgebouwde verwachtingen en met (intuïtieve) kennis van logische, causale wetmatigheden: het steentje dat in de lucht wordt gegooid, zal naar beneden vallen en een antwoord zal pas gegeven worden als eerst een vraag is gesteld.
Daar waar een situatie of uitspraak ook deze, door menselijke waarneming begeleide aannames tart, moeten we razendsnel ons vaste beeld van de werkelijkheid herzien. We zijn de coördinaten kwijt en de verwarring die hierdoor ontstaat, doet een beroep op ons voorstellingsvermogen, onze vindingrijkheid en ons improvisatietalent: een oproep tot beweeglijk, dansend denken. Er is sprake van een dubbele activiteit in de hersenen. Dit ‘humorpatroon’  wordt ook geactiveerd bij het spel.

Daar waar ons beeld van de werkelijkheid en onze vastomlijnde overtuigingen gaan wankelen, ontstaat speelruimte. Er opent zich een nieuw gebied tussen de materiële, feitelijke leefwereld aan de ene kant, en de onstoffelijke wereld van de abstracte concepten en denkbeelden aan de andere kant. Tussen Stofftrieb en Formtrieb kan dan onze Spieltrieb werkzaam zijn, zo stelde de Duitse dichter en denker Friedrich Schiller (1759-1805). Volgens hem wordt de mens zelf méér mens, wanneer hij speelt.

Er gaat geen dag voorbij of we stuiten op grenzen: gebrek aan tijd, geld, visie op onderwijs en gezondheid, solidariteit, grondstoffen, voeding, respect, vertrouwen, enzovoort. Gelukkig zijn er ook initiatieven die juist grensverleggend zijn; die een vrije ruimte, een speelplaats, willen vormen voor een betere wereld. Ontwikkelingen die het voorstellingsvermogen te boven gaan. Stelt u zich eens voor: smog uit de lucht verwijderen met een stofzuiger en er diamant van maken; een deel- of geefeconomie creëren en schaarste verdrijven; producten ontwikkelen op basis van afval; vermogen laten groeien zonder geld; bruto-nationaal-geluk als basis voor een samenleving. Allemaal nieuwe ideeën die optimistisch stemmen. Wanneer we de kunst verstaan om met het leven te spelen, kunnen we mogelijkheden gaan zien, waar we eerst alleen beperkingen beleefden.

In hun tentoonstellingen lieten de grote musea in 2013 zien hoe kunstenaars als Malevich , Kokoschka , Schönberg en Kandinsky  probeerden de vertrouwde, veilige perceptiekaders te doorbreken door er een spel mee te spelen. We zien deze tendens, die soms neigt naar het absurde, terug bij hedendaagse kunstenaars. Zij wenden de nieuwste technologische en digitale middelen aan om (nog) onbestaanbare ideeën al doende te onderzoeken en een materiële vorm te geven. Daarbij valt te denken aan de eerder genoemde stofzuiger van Daan Roosegaarde, en aan de door hem ontworpen dansvloer die de energie van de bewegende voeten vangt en omzet in elektriciteit ten behoeve van de geluid- en lichtinstallaties. Ook de houten auto die Joost Conijn al in 2001 bouwde en waarmee hij een reis door Oost-Europa maakte, is zo’n voorbeeld. Zelfs de brandstof bestond uit houtgas.

Aangezien de Kunsthal in Rotterdam grondig verbouwd diende te worden, is de tentoonstelling Rudolf Steiner;Alchemie van het alledaagse verschoven naar september 2014. In deze tentoonstelling, samengesteld door het Duitse Vitra Design museum, is te zien hoe Steiner net als de eerder vermelde kunstenaars uit zijn tijd streefde naar het doorbreken van beperkende kaders om daarbij te zoeken naar een nieuw bewegelijk evenwicht.
Het beschreven spanningsveld tussen geest en materie komt onder andere naar voren in een houten beeld dat Steiner zelf ontwierp en vervaardigde, maar ook wel De mensheidsrepresentant  genoemd. De gestalte zoekt naar evenwicht in alle ruimte richtingen; voor-achter, boven-onder, links-rechts onder het toeziend oog van de wereld-humor. Dit scheve, nar-achtige gelaat kijkt naar het spel met de verkrampende en verdampende verleidingen waaraan de mens is blootgesteld. Laten we ons ketenen aan de materie, vluchten we naar de geest of creëren we een warm hart: een gouden midden? En hoe voorkomen we dat deze smalle, meanderende ‘derde weg’ op haar beurt weer recht, platgetreden en voorspelbaar wordt, of juist bestaat uit utopische kronkels?
Op 3 juli 1918 zegt Rudolf Steiner in Berlijn over de Weltenhumor: ‘Dit neerblikken over de rotsen naar de groep beneden, met een humoristische ‘air’, heeft een goede reden (…). Een oprecht streven naar het spirituele dient te worden ondernomen vanuit een zekere puurheid van de ziel (die nooit van humor is verstoken) en niet vanuit sentimentele motieven.

Humor laat als een kwinkslag een vrijheidsruimte ontstaan; als eeuwigheid in een moment of als een cirkel in een punt. We vallen eruit voor we het beseffen: net een kind dat speels z'n eerste stappen leert zetten. Het is wellicht de wereld-humor die ons laat inzien dat onze pogingen om het hogere te grijpen en te behouden, niet vrij van sentimentaliteit en (dus) van egoïsme zijn. Tussen ‘teveel op je tenen staan’ en ‘door de grond zakken’vinden we een evenwicht en kunnen we ons vrij vooruit bewegen, te midden van anderen.

Kunst en wetenschap hebben de natuur eeuwenlang gebruikt in hun  zoektocht naar dit gouden midden. Beide omschrijven een uniek vermogen waarbij de verschillende delen zich tot een geheel verenigen, zodat elk zijn identiteit behoudt, maar toch kan versmelten: tot een vorm, tot een geheel, zoals bijvoorbeeld te zien is in de zonne-bloem. Dit noemen we de kracht van de gulden snede. Een zo goed mogelijke aardse benadering van de goddelijke wetmatigheden, die Schiller met zijn vorm-aspect aanduidt. De gulden snede blijft een benadering. Ook hier lijkt de wereld-humor speels toe te zien dat er geen berekenbaar midden kan ontstaan.
Het spel rond het gouden midden is ook de centrale opgave voor onderwijs en opvoeding. Ouders, leraren en beleidsmakers stappen vanuit hun professionele verantwoordelijkheid in het beschreven spanningsveld tussen enerzijds de nadruk op het optimaliseren van cognitieve en intellectuele vaardigheden, en anderzijds de aandacht voor praktische en technische vorming - beide gericht op de toekomstige loopbaan van het kind. Dit spanningsveld oplossen is niet de opgave. De derde dimensie, die van het empathische en het sociale, dient evenzeer ruimte te krijgen, zo bepleit de TeldersStichting  in haar rapport Onderwijs: de derde dimensie.
Meer en meer klinkt uit wetenschappelijke hoek , het geluid dat onderwijs geen kwantitatief meetbaar productieproces (trainingsmodel) is, maar een vormingsmodel. Een leerkracht zet zijn pedagogische didactische bekwaamheid en vakkennis in binnen een normatieve context. De samenleving heeft de opgave hier ruimte voor te bieden en vertrouwen te geven aan hen die het primaire proces vormgeven. Het onderwijs is een publieke zaak tot stand gekomen door het spel, de kunsten, liefde en vrijheid, het midden tussen denken en doen. Maar om te voorkomen dat deze gulden middenweg van menselijkheid en mede-menselijkheid zelf ook weer te vatten is in lesprogramma’s, thematische oefeningen, in weetjes en kunstjes, en te meten is met toetsen en onderzoeken, blijft een humoristische blik op eigen inzichten én op het gepruts en geploeter van belang. Wie het oude Bildungsideaal graag terugbrengt in de wereld, kan dat niet zonder zichzelf te blijven vormen en omvormen.
Spelenderwijs. Lachenderwijs. Dat werkt aanstekelijk.

Graag wensen we u een geestrijk en geestig 2014, met een gouden hart op de goede plaats. En waar die plaats op welk moment moet zijn? Dat is de vraag. Aan u allen.
Daarom veel humor gewenst tijdens het zoeken naar het gouden midden!

Ignaz Anderson, directeur